|
|

Trekkingsrechten - Algemene procedure |
Algemene procedure | Projectcriteria | Contractuele verbintenissen | Documenten
- Iedere school krijgt ‘trekkingsrechten’ . Dit wil zeggen dat iedere West-Vlaamse technische school met harde studierichtingen een virtueel bedrag (‘rugzakje’, spaarboekje…) wordt toegekend.
- Iedere potentiële school krijgt een vast basisbedrag, een sokkel, aangevuld met een variabel
bedrag,
naargelang het leerlingenaantal 3de graad uit de betreffende studiegebieden.
- De scholen met gekozen zachte studierichtingen en de BuSO-scholen krijgen niet dezelfde sokkel
als de technische scholen. Voor hen wordt een apart bedrag vóór
de verdeling apart gehouden.
- Scholen met enkel maritieme opleidingen ontvangen ook geen sokkel, maar kunnen
uiteraard gratis deelnemen aan RTC-projecten. Zij participeren wel, maar kunnen minder sturend optreden. Hetzelfde geldt voor hogescholen en universiteiten, CVO’s, CDO’s…
- Iedere school kan zijn ‘rugzakje’, onder bepaalde voorwaarden, besteden aan een zelf gekozen of zelf
geïnitieerd RTC-project. De virtuele financiële middelen kunnen dus enkel aangewend worden om een project
te ondersteunen binnen het RTC en zijn dus geen eigendomsrecht. Indien een school beslist om niet in te
stappen in een project, zal de raad van bestuur van het RTC zijn financiële middelen een bestemming geven.
- Op het indienen van projecten wordt een TIMING gezet.
- De ideeën voor de projecten worden besproken in de werkgroepen (per studiegebied of sector)
en worden
verder ontwikkeld en georganiseerd vanuit kleinere subwerkgroepen of stuurgroepen.
- Het bedrag kan niet opgespaard worden. Wanneer het bedrag niet gebruikt wordt, zal dit door de Raad van Bestuur aan een ander project binnen het RTC West-Vlaanderen toegewezen worden.
- De financiële middelen van het RTC West-Vlaanderen, worden na aftrek van o.a. de loon- en werkingsmiddelen verdeeld onder alle technische scholen met ‘harde’ en 'zachte' studierichtingen.
- De raad van bestuur van het RTC West-Vlaanderen geeft vooraf duidelijke criteria op voor de projecten.
De criteria houden zowel rekening met de onderwijs- als met de arbeidsmarktdoelstellingen.
- Een van de belangrijkste projectcriteria is de vereiste om samen te werken met een aantal verschillende netoverschrijdende scholen en/of andere opleidingsverstrekkers (Syntra, VDAB…) en/of sectoren, bedrijven…
- Het voorstellen van de projecten van de scholen aan de raad van bestuur kan gebeuren in verschillende fases. In eerste fase worden alle voorstellen gedaan. In tweede fase wordt al een eerste ontwerp van het project getoond en in de laatste fase wordt het totale project
voorgesteld. Op die manier kunnen projecten
bijgestuurd worden, kunnen eventuele
overlappingen tegen gegaan worden en kunnen gemeenschappelijke onderhandelingen
gebundeld worden.
- Als de scholen dit verkiezen kunnen zij hun budget ook opsplitsten over verschillende projecten.
- De scholen kunnen vooral provinciaal samenwerken. Er zal geen extra indeling gebeuren op
basis van subregio’s.
- Alle RTC-projecten staan open voor alle scholen met onderwijsvormen TSO, BSO en BuSO. Eventueel kunnen CVO's, hogescholen en DBSO ook gebruik maken van de projecten.
- De raad van bestuur van het RTC West-Vlaanderen heeft voor alle ingediende projecten steeds
de eindverantwoordelijkheid. De raad van bestuur moet de projecten sturen en waken over de criteria en doelstellingen.
- RTC West-Vlaanderen kan samenwerken en akkoorden vastleggen met machineconstructeurs,
opleidingsfondsen… e.d.
Projecten 2008
Projecten 2002 - 2007
|
|
|